Submenu
01 mei 2015

Verdeeldheid onder rechtbanken en hoven over wijziging kinderalimentatie

 

Op 1 januari 2015 is de Wet Hervorming Kindregelingen in werking getreden. Voor gescheiden ouders is de grootste verandering dat de alleenstaande ouderkorting en de fiscale aftrek van onderhoudskosten voor het kind zijn afgeschaft. Ter compensatie is het kindgebondenbudget verhoogd. In mijn artikel “Fiscale wijzigingen per 1 januari 2015: mogelijke gevolgen voor de alimentatie?” heb ik laten zien dat op grond van de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatienormen deze wijzigingen er toe kunnen leiden dat er mogelijk geen kinderalimentatie meer betaald hoeft te worden. De wijzigingen kunnen er echter ook voor zorgen dat iemand juist kinderalimentatie moet gaan betalen omdat zijn ex met een nieuwe partner is gaan samenwonen, waardoor zij mogelijk geen kindgebondenbudget meer ontvangt.

 

Bij de vaststelling van de hoogte van de kinderalimentatie werden tot voor kort de zogeheten Tremanormen (rekenregels die rechtbanken en gerechtshoven in onderling overleg hebben vastgesteld en door hen worden gehanteerd als leidraad voor de vaststelling van de kinderalimentatie) gevolgd. Sinds de invoering van de Wet Hervorming Kindregelingen en de aanbeveling van de Expertgroep, is hier echter een kentering ingekomen. Niet alle rechtbanken volgen de richtlijnen.

 

Op 9 januari 2015 oordeelde de rechtbank Den Haag zich niet te kunnen verenigen met de richtlijnen. De Rechtbank overwoog dat indien de aanbevelingen van de Expertgroep zouden worden gevolgd, de vader geen kinderalimentatie meer zou hoeven te betalen. De rechtbank vindt het “maatschappelijk gezien niet aanvaardbaar dat in de behoefte van een kind volledig zou worden voorzien uit gemeenschapsmiddelen, terwijl er bij de man wel draagkracht is om een bijdrage aan het levensonderhoud van zijn kind te leveren”. In een volgende uitspraak van 12 januari 2015 oordeelde de rechtbank Den Haag dat de alleenstaande ouderkop niet in mindering moet komen op de behoefte van de kinderen, zoals de Expertgroep aanbeveelt.

 

Het Gerechtshof Den Bosch stelt in haar beschikking van 5 maart 2015 dat op basis van de wetsgeschiedenis de uitleg die de Haagse rechtbank geeft onjuist is. De wetgever heeft volgens het gerechtshof geaccepteerd dat een deel van de kosten van kinderen na echtscheiding voor rekening van de overheid komt en het is niet aan de rechter om in die beslissing te treden.

 

De rechtbank Noord-Holland volgt in haar uitspraak van 4 maart 2015 de Haagse lijn.

 

De bedoeling van het rapport Alimentatienormen is dat een rechter in Den Haag in een vergelijkbare kwestie hetzelfde oordeel vormt als een rechter in Den Bosch. Door de verschillende uitspraken van de rechtbanken, is dit thans niet meer het geval. Het maakt nu dus verschil voor de hoogte van de kinderalimentatie waar in Nederland de ouders wonen.

 

Het is nu wachten op een uitspraak van de Hoge Raad, waarin hopelijk meer duidelijkheid wordt gegeven en iedereen weer weet waar die aan toe is.

 

Annelieke Bouma

abouma@vbbradvocaten.nl

020 3640310